Dit webpad is geschikt voor groep 6-7-8
Leerkrachten: Klik op de link hierboven ↑ voor informatie over het antwoordblad.

Blad om je antwoorden op te schrijven kun je hierboven vinden. (Klik op het plaatje),
of in de 3e kolom in het blauwe vak:
(1e link: verwerkingsblad).
(Vraag aan je leerkracht wat je moet doen).

1.
Aan het eind van de Middeleeuwen, van ongeveer het jaar 1000
tot 1500, was de riddertijd in Europa.

Niet iedereen kon zomaar ridder worden. Voor arme mensen was het al helemaal moeilijk om ridder te worden. Jongens uit rijkere en adellijke families kon wel ridder worden. Maar hoe werd je nou ridder? Wat moet je er voor doen? Hoe lang duurde het voordat je mocht strijden?
Adellijke jongens konden al veel eerder ridder worden.


Meisjes werden eigenlijk
geen ridder. Meisjes als ridder waren heel zeldzaam. Normaal werden jongens
ridder.
Toch is er een heel beroemde vrouw ridder geworden. Je ziet haar op het
plaatje op het antwoordenblad.

Op een toernooi waren er verschillende gevechten.




De ridders gebruikten bij gevechten allemaal soorten wapens.
Wat een zwaard is en hoe het eruit ziet, weet je vast wel. Ook bij een
hakbijl kun je je wel iets voorstellen.
Maar er waren ook wapens met hele ‘rare’ namen.
Wat is bijvoorbeeld een:
En hoe heet het wapen op het plaatje dat op het antwoordenblad en hierboven staat?
Dat kun je ook vinden
bij link nummer 6.

Omdat ridders ook aan
hun eigen veiligheid moesten denken, bouwden ze vaak kastelen.
De eerste kastelen zagen er niet zo uit als de kastelen die je vaak op plaatjes
ziet.
De stenen kastelen werden zo gebouwd, dat ze veilig waren bij een aanval van de
vijand.

In een middeleeuws kasteel was de binnenplaats een hele belangrijke plek. Het was de plaats waar het voedsel was opgeslagen. Ook werden er dieren gehouden.

Kijk eens bij link 9 hoeveel koeien een ridderuitrusting vroeger in totaal kostte.
De prijs van een koe is tegenwoordig ongeveer
€ 1250,=



LEES DIT EERST
In dit webpad ga je vragen beantwoorden en opdrachten uitvoeren.
Om de antwoorden te vinden zul je verschillende websites bezoeken.
Deze sites kun je vinden in de 3e kolom in het blauwe vak.
Soms moet je een stukje lezen, een filmpje bekijken, of ergens naar luisteren.
Doe dit zo goed mogelijk!
Doe dit ook eerst, vóórdat je een antwoord wilt gaan opschrijven.
(Je hoeft dan niet meteen hulp te vragen)
Schrijf de antwoorden in het Worddocument (verwerkingsblad) dat je in de 1e kolom kunt vinden (bijna bovenaan) , of bij de 1e link in het blauwe vak hieronder.
Na de gewone vragen staan ook nog een aantal "doe-opdrachten".
Deze opdrachten kun je alleen of samen uitvoeren.
Aan het eind van het webpad, of misschien mag het wel tussendoor.
Vraag aan je meester of juf wat je mag doen.
Veel succes met dit webpad!
Voor het laatst gecontroleerd op 18-10-2011
meester Jack Nowee




